het fragiele interieur

Een interieur is de meest eerlijke ruimte die bestaat. Het toont wie je bent en daarom is het ook zo kwetsbaar. Dit onderzoek vertrekt vanuit de vaststelling dat de grens die het private beschermt niet vanzelfsprekend is maar fragiel, ze bestaat zolang ze wordt gerespecteerd, en kan verdwijnen door veranderende technologie, normen of sociale verhoudingen.


De centrale onderzoeksvraag luidt: Wat maakt de private ruimte fragiel, en hoe wordt die fragiliteit zichtbaar wanneer haar grens met het publieke verschuift? De ontwerpvraag die daaruit volgt: Hoe kan ik die fragiliteit voelbaar maken?


Het theoretische kader steunt op meerdere disciplines. Witold Rybczynski toont dat privacy geen universeel gegeven is maar een historische verworvenheid want privacy en domesticiteit ontstonden pas in de zeventiende-eeuwse burgerlijke samenleving, toen het huis ophield een werkplek te zijn en een plek voor persoonlijk en intiem gedrag werd (Rybczynski, 1986, pp. 48, 77). Henri Lefebvre beargumenteert dat ruimte altijd het product is van sociale activiteit, een kamer is alleen een kamer omdat we weten wat er in gedaan wordt en wie er toegang toe heeft (Lefebvre, 1991, p. 16, geciteerd in De Backer, 2024, p. 90). Susan Stewart formuleert de private ruimte als “marked by an exterior material boundary and an interior surplus of signification” (Stewart, 1993, p. 159). De gevel is leesbaar voor iedereen, maar wat ze beschermt is een overvloed aan persoonlijke betekenis die voor buitenstaanders onzichtbaar blijft.


Die betekenis is gebonden aan context en lichaam. Stewarts analyse van de souvenir toont hoe objecten private herinneringen dragen die verdwijnen zodra ze worden losgemaakt van de context “its perception by hand taking precedence over its perception by eye” (Stewart, 1993, p. 139). Wanneer iets privaat zichtbaar wordt, verdwijnt de tactiele, lichamelijke lading die het privaat maakte. Erving Goffman maakt dit sociologisch concreet: het private is de backstage-ruimte waar de opvoering niet hoeft wanneer ze ongewild zichtbaar wordt, ontstaat de schaamte van gezien worden op het moment dat je dacht dat je niet gezien werd (Goffman, 1959). Sherry Turkle toont hoe digitalisering dit heeft versneld, beelden circuleren buiten de controle van wie ze maakte (Turkle, 2011, p. 252). Hito Steyerl beschrijft hoe het gedeelde beeld altijd een verschraalde kopie is “a ghost of an image” (Steyerl, 2009). Walter Benjamin noemt dit het verdwijnen van de aura: “that which withers in the age of mechanical reproduction is the aura of the work of art” (Benjamin, 1968, p. 221) een logica die direct geldt voor het private interieur. Roland Barthes voegt hieraan toe dat de foto de symbolische laag van wat ze toont neutraliseert: “the denoted image naturalizes the symbolic message” (Barthes, 1977, p. 159).


Als artistieke referentie staat Sophie Calle centraal. Haar projecten zijn opgebouwd als een mise en scène waarbij de toeschouwer onvermijdelijk beland in de positie van de ongenode kijker, voyeurisme is de kern (Saint, 2011, p. 125)


De private ruimte is fragiel want ze bestaat omdat mensen haar beschermen, en verdwijnt wanneer ze dat niet meer doen. Mijn ontwerp maakt dat moment voelbaar, het moment waarop je kijkt naar iets wat nooit voor jou bedoeld was, en precies daarin begrijpt wat er op het spel stond.


https://go.fliplink.me/view/9803E4E1-51FC-4E5A-BA92-7D66A5F7883B

Vak

Masterproef

Jaar

2026

Categorie

Maquette

Volgende project

Wereldlichtjesdag - AfterLight

Volgende project

Wereldlichtjesdag - AfterLight

Volgende project

Wereldlichtjesdag - AfterLight

Create a free website with Framer, the website builder loved by startups, designers and agencies.